Wanneer?

Delen via:   

Sommige ruimtelijke projecten zijn niet alleen groot van omvang maar ook heel belangrijk: ze zijn van nationaal belang. Dit geldt bijvoorbeeld voor de verbinding Rilland - Tilburg, de Zuid-West 380 kV Oost. Om dit soort projecten mogelijk te maken, moeten besluiten worden genomen voor het ruimtegebruik en moeten vergunningen worden verleend. Hiervoor wordt een speciale procedure toegepast: de rijkscoördinatieregeling. De rijkscoördinatieregeling bestaat uit twee onderdelen, ‘modules’ genoemd. Dit zijn een projectmodule en een uitvoeringsmodule. De planning van beide modules vindt u hieronder. Deze planningen zijn opgesteld op basis van de meest actuele kennis en informatie, maar data kunnen veranderen. Er kunnen dus geen rechten ontleend worden aan de planningen.

1. Planologische module

Voor de meeste projecten is een ruimtelijk besluit nodig: het project moet ‘planologisch mogelijk worden gemaakt’. Onder de rijkscoördinatieregeling gebeurt de planologische inpassing met een inpassingsplan (ook wel ‘rijksinpassingsplan’ genoemd). De planning voor het planologische gedeelte ziet u in bovenstaande tijdslijn.

2. Uitvoeringsmodule

Het tweede onderdeel van de rijkscoördinatieregeling is de uitvoeringsmodule. Deze bevat de voor een project benodigde besluiten. Denk aan een omgevingsvergunning (vroeger bouwvergunning, milieuvergunning, kapvergunning, e.a.) of een ontheffing van de Flora- en faunawet. Voor al die besluiten zijn verschillende overheden verant-woordelijk, zoals de gemeente of de provincie. In de uitvoeringsmodule blijven al die overheden verantwoordelijk voor de inhoud van hun eigen besluit, maar de minister van EZ bepaalt binnen welke termijnen alle (ontwerp-) besluiten genomen moeten worden en zorgt dat alle besluiten goed op elkaar afgestemd zijn. Ook zorgt het rijk ervoor dat alle besluiten ter inzage worden gelegd en is het rijk ook het aanspreekpunt voor alle zienswijzen. De planning voor het uitvoeringsgedeelte vindt u in onderstaande tijdslijn.

Proces

In juli 2017 heeft de minister van Economische Zaken en Klimaat het voorgenomen tracé gekozen. Het voorgenomen tracé was op dat moment nog niet zo ver uitgewerkt dat het in een Rijksinpassingsplan kon worden opgenomen. Daarom is het tracé in samenwerking met betrokken partijen in werkateliers verder uitgewerkt. Dit heeft in 11 uitwerkingslocaties geleid tot een aantal tracévarianten. TenneT heeft de effecten van deze tracévarianten in beeld gebracht in projectboek 3.

De minister van Economische Zaken en Klimaat kiest in afstemming met de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties het tracé dat wordt opgenomen in het Rijksinpassingsplan. Hij heeft de betrokken samenwerkende overheden (gemeenten, provincies en waterschappen) om advies gevraagd. Mede op basis van dit advies heeft de minister een keuze gemaakt.

Het advies van de samenwerkende overheden leest u in deze brief. Op basis van dit advies heeft de minister in de zomer van 2019 een keuze gemaakt. 

Veelgestelde vragen

Alle veelgestelde vragen
Heeft u een vraag dan kunt u deze hier stellen.