Veel belangstelling voor online-informatiebijeenkomsten Zuid-West 380 kV Oost

Delen via:   
30 / 03 / 2022

Tussen 17 december en 27 januari lag het ontwerp-inpassingsplan voor de nieuwe hoogspanningsverbinding Rilland-Tilburg ter inzage. In deze periode organiseerde het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat samen met TenneT een drietal online-informatiebijeenkomsten. Het doel? Informeren. Zowel over het plan als de procedure.

Als gevolg van de coronamaatregelen vonden de bijeenkomsten digitaal plaats. Jammer, vinden Frank van Dorssen en Gerwen van Middelkoop, respectievelijk projectleider Rijkscoördinatieregeling bij het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK) en projectleider Zuid-West 380 kV Oost bij TenneT. “Je wil het liefst mensen persoonlijk te woord staan.” Toch lijkt de belangstelling er niet onder geleden te hebben.

Procedure en plan

Per bijeenkomst waren tussen de vijftig en honderd geïnteresseerden aanwezig. Zij hoorden tijdens de eerste twee bijeenkomsten Frank van Dorssen vertellen over de procedure van de terinzagelegging en de mogelijkheid om zienswijzen in te dienen. Gerwen van Middelkoop ging in op het waarom en de loop van het tracé, de effecten van de hoogspanningsverbinding voor de omgeving en op het bouwproces.

En magneetvelden

De derde informatiebijeenkomst stond in het teken van magneetvelden en gezondheid. Een onderwerp dat, zo leert de ervaring, breed speelt en veel vragen bij omwonenden oproept. Het is een complex onderwerp. Daarom waren er onafhankelijke specialisten van het RIVM en adviesbureau DNV aanwezig om in te gaan op het magneetveld in relatie tot het tracé, gezondheid en de mastkeuze.

Veel vragen

Tijdens de verschillende bijeenkomsten kregen bewoners, bedrijven, stakeholders en andere belangstellenden de gelegenheid om vragen te stellen. Daar werd veelvuldig gebruik van gemaakt (ruim honderd keer). Zowel logistiek als inhoudelijk was het een behoorlijke uitdaging om al die vragen tijdens de bijeenkomsten zelf al zorgvuldig te behandelen. “Na een eerste onwennige bijeenkomst ging dat in de volgende sessies beter”, aldus Gerwen van Middelkoop. “Tijdens een digitale bijeenkomst is er helaas weinig ruimte om individueel aan de informatiebehoeften van mensen te voldoen. Daarom hebben we een deel van de vragen achteraf schriftelijk beantwoord.”

Inhoudelijk en zorgvuldig

Uit de vragen werd de projectleider wel duidelijk dat er veel kennis is onder de aanwezigen. “Sommige mensen volgen het traject al tien jaar. Die stellen inhoudelijke vragen zoals hoe zit het met compensatie en wat doet een elektromagnetisch veld met mijn gps als ik met een landbouwvoertuig over mijn land rijd? Daar moet je zo inhoudelijk en zorgvuldig mogelijk antwoord op kunnen geven.” Alle vragen zijn daarom (met antwoorden) vastgelegd en gepubliceerd via de site van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (zie www.rvo.nl/onderwerpen/bureau-energieprojecten/ lopende-projecten/hoogspanning/zuid-west-380-kv-oost).

123 zienswijzen

Inmiddels is de datum gepasseerd dat belanghebbenden een zienswijze konden indienen op het ontwerp-inpassingsplan. Circa 123 reacties zijn er binnengekomen. De meeste gaan over het gekozen tracé en de plaats van de masten. Het zijn zienswijzen die het ministerie op basis van de informatiebijeenkomsten had verwacht, vertelt Frank van Dorssen. “Opvallender is dat er nogal wat zienswijzen gaan over de keuze voor de vakwerkmast. Het blijkt dat individuele belanghebbenden het daar niet mee eens zijn. Dat is wel een verrassing omdat die mast past bij het type dat al in het gebied staat. Bovendien is deze keuze mede bepaald na een verzoek van de samenwerkende overheden.”

Hoe verder?

De komende maanden gaan het Ministerie van EZK en TenneT alle zienswijzen individueel beoordelen en betrekken bij de definitieve besluitvorming. “Dat kan ertoe leiden dat we wijzigingen gaan aanbrengen. Of dat alleen kleine of ook grotere wijzigingen zijn valt nu nog niet te zeggen.” Naar verwachting zal het definitieve inpassingsplan medio 2022 ter inzage komen. Compleet met een Nota van Antwoord waarin is aangegeven hoe er met de zienswijzen rekening is gehouden. Tot slot van de procedure kan daar door belanghebbenden beroep tegen worden aangetekend bij de Raad van State.

 

Dit artikel verscheen ook in de nieuwsbrief van maart 2022.

Heeft u een vraag dan kunt u deze hier stellen.