Alle alternatieven hoogspanningsverbinding West-Brabant verder onderzocht
Delen via:   

02 / 12 / 2015

Alle alternatieven die door gemeenten en bewonerscomités zijn ingediend voor het voorgestelde tracé van de nieuwe 380-kv hoogspanningsverbinding in West-Brabant tussen Rilland en Tilburg worden verder onderzocht op de effecten voor het milieu.

Dit heeft minister Kamp (Economische Zaken) woensdag laten weten in een gesprek met regionale bestuurders uit West- en Midden Brabant in Den Haag.

Het advies van het onafhankelijke instituut Deltares, dat op verzoek van het ministerie de alternatieven heeft doorgerekend op haalbaarheid, wordt hiermee opgevolgd.

Minister Kamp: “In een relatief korte tijd zijn vanuit de regio verschillende, goed onderbouwde alternatieven aangedragen voor de nieuwe hoogspanningsverbinding in Brabant. Deze worden nu verder onderzocht op de effecten voor het milieu. De regionale overheden, maatschappelijke organisaties en de initiatiefnemers van de alternatieve tracés zullen bij alle volgende stappen rondom de nieuwe verbinding nauw worden betrokken.”

Drie onderdelen van de alternatieven worden  niet verder onderzocht in de zogenaamde milieueffectrapportage. In deze onderdelen wordt  voorgesteld andere bestaande hoogspanningsverbindingen in Brabant onder de grond te brengen of te verplaatsen, maar dit levert volgens Deltares geen bijdrage aan de route van de nieuw aan te leggen hoogspanningsverbinding.

Nadat het onderzoek naar de effecten voor het milieu zijn afgerond, zal naar verwachting in het najaar van 2016 een voorgenomen besluit worden genomen over de route van de nieuwe hoogspanningsverbinding in West-Brabant. Bij deze keuze wordt nieuw onderzoek van TenneT dat getoetst is door Tractebel betrokken, waaruit blijkt dat er maximaal 10 kilometer ondergrondse aanleg bij deze nieuwe hoogspanningsverbinding mogelijk is.  Tussen 2016 en 2019 wordt daarna een inpassingsplan opgesteld, waarin de voorgenomen route verder wordt uitgewerkt in overleg met de regio en andere betrokkenen. Omwonenden kunnen in dit proces op verschillende momenten inspreken. De aanleg van de nieuwe hoogspanningsverbinding zou dan vanaf begin 2020 kunnen starten.

Besluit minister over mogelijkheden ondergrondse hoogspanningskabel en alternatieve tracés Zuid-West bekend

Vandaag, 2 december, heeft minister Kamp van Economische Zaken de Tweede Kamer een brief gestuurd, waarin de leden worden geïnformeerd over de (on) mogelijkheden  voor ondergrondse aanleg van delen van de tracés Noord-West 380kV, Zuid-West 380kV West en Zuid-West 380kV Oost en de vervolgstappen bij die projecten. In deze Kamerbrief wordt tevens het besluit toegelicht aangaande de aangedragen alternatieven voor Zuid-West 380kV Oost door de initiatiefnemers uit de regio. De belangrijkste conclusies zijn:

  • Bij Zuid-West West kan met ondergrondse aanleg van delen van het tracé de leveringszekerheid onvoldoende gegarandeerd worden en is dit daarom geen mogelijke optie;
  • Bij Zuid-West Oost zijn er vanuit technisch oogpunt mogelijkheden voor ondergrondse aanleg van maximaal 10 kilometer voor het oplossen van ruimtelijke knelpunten. Dit zal meegenomen worden in de verdere m.e.r.-procedure.
  • Conform het advies van Deltares worden twee integrale alternatieven en twee varianten meegenomen bij de actualisering van de concept-MER. De overige ingediende alternatieven en varianten betreffen optimalisaties van bestaande alternatieven en worden meegenomen bij de uitwerking van de alternatieven, met uitzondering van drie onderdelen van trajecten, die geen bijdrage leveren aan de oplossing van het knelpunt in het voorgestelde tracé.

Ondergrondse aanleg

De minister baseert zijn conclusies en besluiten mede op basis van de resultaten van de studies en quick scans die TenneT heeft laten uitvoeren en de second opinion die Tractebel daarop heeft uitgevoerd. De minister heeft het advies van TenneT en Tractebel overgenomen.